Van Regeling Sociaal Vervoer naar Wmo
Aanleiding
Door de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) per 1 januari 2007 is de Regeling Sociaal Vervoer formeel komen te vervallen. In 2007 was sprake van een overgangsrecht. Om vanaf 1 januari 2008 het recht op een vervoersvoorziening te behouden, diende alle bewoners van de AWBZ-instelling Ipse (en alle andere inwoners met een Zorg Zwaarte Pakket (zzp) of Volledig Pakket Thuis (vpt)) een Wmo-indicatie te verkrijgen.
Uitvoering
Deze overgang is door de Gemeente Pijnacker-Nootdorp aangegrepen om een heronderzoek te verrichten. Om in aanmerking te komen voor een vervoersvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) vanuit de Wmo dient het inkomen niet hoger te zijn dan 1,5 maal het norminkomen. Daarnaast dienen de beperkingen, de belemmeringen en de zelfstandige vervoersbehoefte te worden vastgesteld. Het gaat hierbij om de verplaatsingen in het kader van het leven van alledag.
Op grond van de inkomenstoets en aan de hand van de vragenlijsten is beoordeeld of de betrokkenen in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening in de vorm van een pgb op grond van de Wmo.
Evaluatie
De evaluatie is gebruikt om de resultaten van het heronderzoek weer te geven. Deze resultaten hebben vooral betrekking op de verschillen die zijn ontstaan tussen de situatie voor en na het heronderzoek. Daarnaast is in de evaluatie de methode, de stappen die diende te worden doorlopen om tot besluitvorming te komen, kritisch onder de loep genomen. Daaruit zijn een aantal aandachts- en speerpunten naar voren gekomen waarbij rekening dient te worden gehouden bij de indicatiestelling van een vervoersvoorziening in de vorm van een pgb in het kader van de Wmo.